fbpx

Momenteel voert Karianne op eigen initiatief twee onderzoeksprojecten van twee tot vier jaar inzake vaccinatieplichten uit. Ze doet onafhankelijk onderzoek en waakt er te allen tijde over om onpartijdig te zijn en haar denken aan niets of niemand te onderwerpen. Fundamenteel juridisch en rechtsfilosofisch onderzoek doen haar hart het snelste kloppen.

Het eerst onderzoeksproject betreft een rechtshistorische studie van de verplichte inenting tegen de kinderziekte poliomyelitis. In België werd deze inenting middels de eerste massavaccinatiecampagne in 1958 aangeboden aan de bevolking en vanaf 1 januari 1967 werd het verplicht. Het is vrij uniek voor België dat het gebod niet door een wet maar wel een koninklijk besluit tot stand kwam en dat het negen jaar duurde om de weg af te leggen van aanbeveling tot verplichting. Hierbij werpen zich vragen op zoals hoe het komt dat het zolang duurde vooraleer er een link tussen medische technologie en juridische plicht werd gelegd, welke rol farmacovigilantie hierin speelde en hoe maatschappelijke en politieke ontwikkelingen in binnen- en buitenland de totstandkoming van het koninklijk besluit helpen verklaren. Karianne ontrafelt een boeiende geschiedenis van de enige vaccinatieplicht die België aan de gehele bevolking oplegt en tracht hieruit ook lessen voor het heden te trekken. Ze gaf hierover al een lezing op een conferentie en beoogt het schrijven van een artikel voor een juridisch tijdschrift als onderzoeksoutput.

Het tweede onderzoeksproject heeft betrekking op het ‘COVID-19 Litigation Database Project’ onder leiding van de Universiteit van Trento (Italië). Dit project heeft tot doel om een databank te bouwen met coronarechtspraak van over de hele wereld. Karianne levert hieraan zowel technische als conceptuele bijdrages. Dit project omvat twee fasen, zijnde de databank voeden met kwaliteitsvolle data in de eerste fase en het kritisch onderzoeken van de ontwikkeling van coronarechtspraak door de data te analyseren en te interpreteren in de tweede fase.

Karianne zal hierbij focussen op rechtspraak omtrent de verplichte inenting tegen COVID-19 die in sommige landen werd ingevoerd. De maatschappelijke relevantie van haar onderzoek ligt onmiskenbaar in het feit dat deze inenting, een voorbeeld van biotechnologie, uitermate snel ontwikkeld is, maar toch reeds na amper enkele maanden werd opgelegd in sommige landen. Deze case study heeft tot doel om te onderzoeken hoe rechters omgaan met de beoordeling van technologie in de rechtbank, hoe ze zichzelf verhouden tot de verdedigers van technologie, in welke mate er rekening wordt gehouden met farmacovigilantie en hoe objectief of subjectief de relatie tussen recht en technologie zich ontvouwt in hoofde van de rechtspraak. Dit onderzoek is niet alleen uniek, gezien het onderwerp onontgonnen terrein is, maar ook omdat het past binnen het groter maatschappelijk en existentieel vraagstuk omtrent biotechnologie, transhumanisme en recht – een nieuw, multidiciplinair onderzoeksveld waaraan Karianne een fundamentele bijdrage hoopt te leveren middels artikelen in wetenschappelijke tijdschriften als onderzoeksoutput.

Karianne Boer met de Nederlandse filosoof Ad Verbrugge
© Fotograaf: Wendy Janssens (2022)

KARIANNE J.E. BOER:


« Mijn missie bestaat erin om te zorgen dat onze kinderen niet hoeven te leven in een transhumanistische wereld van zielloze, slaafse ‘menschines’.
Kort gezegd: ik wil de organische mensheid redden! »